het onderzoek

Inleiding overkoepelend onderzoek

In dit onderzoek evalueren we, Kohnstamm Instituut, samen met het Verwey-Jonker instituut, SEO economisch onderzoek, en Stichting Nederlands Centrum Jeugdgezondheid het experiment onderwijszorgarrangementen (OZA’s). In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur, en Wetenschap onderzoeken we of OZA’s het aantal leerlingen dat niet naar school gaat kan verminderen. Soms krijgen leerlingen problemen op school omdat ze zorg nodig hebben die de school niet kan bieden. Sommige van deze leerlingen gaan dan niet meer naar school en komen thuis te zitten, zogenaamde thuiszitters.

Het experiment maakt het mogelijk om onderwijs te geven dat afwijkt qua onderwijslocatie, -bekostiging, -inhoud en -tijd . Bijvoorbeeld door onderwijs te geven op een zorgboerderij in plaats van in een klaslokaal. Een OZA kan een plek bieden waar leerlingen die zijn uitgevallen in het onderwijs, toch onderwijs kunnen volgen. 

Wij onderzoeken deze experimentregeling 5 jaar lang en proberen er in grote lijnen achter te komen welke onderdelen van de OZA’s beloven te werken en voor welke leerlingen (fase 2). Daarvoor moeten we goed zicht hebben op hoe de OZA’s vorm krijgen en welke leerlingen er naar een OZA gaan (fase 1). Hieronder leggen we verder uit hoe we deze twee fases gaan onderzoeken.

Fase 1: Hoe krijgen de OZA’s vorm en welke leerlingen zitten er in de OZA’s?

Om een beeld te krijgen van hoe OZA’s vorm krijgen en welke leerlingen er in de OZA’s zitten, kijken we naar twee deelvragen:

Deelvraag 1: Hoe krijgen de OZA’s vorm?

Er zijn veel verschillende soorten OZA’s en daarom proberen we ook in kaart te brengen hoe OZA’s vorm krijgen.
We kijken hiervoor naar vier niveaus van een OZA.

  1. De organisatie: Hoe organiseer je een OZA? Hoe werken de gemeente, een zorginstelling, en scholen samen om te zorgen dat een kind zorg en onderwijs krijgt.
  2. De financiën: Hoe betaal je een OZA? Hoe betaalt een OZA de docenten, de zorgmedewerkers en het gebouw? 
  3. De zorg: Welke zorg hebben de leerlingen in het OZA nodig?
  4. Het onderwijs: Welk onderwijs volgen de leerlingen in het OZA?

We gaan eerst op bezoek bij de OZA’s, en gebruiken alle informatie die we daarbij krijgen om een vragenlijst te maken. Met de vragenlijst stellen we vragen over de vier niveaus. Op deze manier krijgen we een beeld van de OZA’s.

Deelvraag 2: Welke leerlingen zitten er in de OZA’s?

Om te onderzoeken welke leerlingen er in de OZA’s zitten, bekijken we hun onderwijsgegevens en zorggegevens. Door te kijken naar hun onderwijsgegevens en zorggegevens, kunnen we bepalen of bijvoorbeeld kinderen met bepaalde onderwijservaringen of medische condities vaker in een OZA zitten dan andere kinderen. Als we beter in beeld krijgen wie er naar een OZA gaan, dan hebben we een beter idee welke groepen leerlingen met de experimenteerregeling worden bereikt.

Fase 2: Welke onderdelen van een OZA beloven te werken en voor welke leerlingen?

In fase 2 van het onderzoek willen we in beeld krijgen welke onderdelen van een OZA beloven te werken en voor welke leerlingen. Hiermee proberen we er achter te komen waarom sommige OZA’s succesvoller zijn dan andere OZA’s in het bieden van onderwijs-zorg aan leerlingen die uitvallen. Hiervoor gaan we interviews uitvoeren met de docenten en zorgmedewerkers die in een OZA werken. Omdat er veel achterliggende redenen zijn die er voor zorgen dat een bepaalde OZA voor de ene leerling wel belooft te werken maar niet voor de andere, is het belangrijk dat we de data interpreteren met de OZA’s zelf omdat zij de leerlingen het beste kennen.

Naast interviews met de OZA’s doen we ook interviews met:

  • Ouders van de leerlingen die in een OZA zitten. Wat hebben zij allemaal meegemaakt voordat hun kind in een OZA terecht kwam? Hoe ervaren zij het dat hun kind in een OZA zitten? We zullen de ouders gedurende het experiment meerdere malen interviewen om in beeld te krijgen hoe belastend het voor ouders kan zijn om de juiste zorg voor hun kind te vinden. 
  • De gemeente en samenwerkingsverband waar een OZA bij hoort. Wat kunnen we leren van hoe de OZA tot stand is gekomen, was het een moeilijk proces voor de gemeente en het samenwerkingsverband om docenten, zorgmedewerkers, een locatie, en school materialen te vinden?

Als we dit combineren met de informatie uit fase 1, die ons wat vertelt over welke leerlingen er in een OZA zitten en hoe de OZA’s vorm krijgen, dan komen we meer te weten over welke onderdelen van een OZA beloven te werken en voor welke leerlingen. 

Opbrengsten

Het doel van dit onderzoek is om hypotheses te vormen over wat er belooft te werken als onderwijs en zorg samenwerken en voor welke leerlingen dit geldt. Daarnaast komen we te weten wat helpt bij deze samenwerking op besturingsvlak.

Scroll naar boven